Het brandstofverbruik van personenauto’s in de praktijk is gemiddeld hoger dan de door de fabrikanten opgegeven typekeuringswaarden. Dit zal voor weinig automobilisten als een verassing komen. TNO deed onderzoek naar de verschillen.

Dit komt deels door verschillen tussen rijden in de praktijk en de typekeuringstest, maar de laatste jaren in toenemende mate ook doordat fabrikanten gebruik maken van “flexibiliteiten” in de testprocedure om tot lage testwaarden te komen. Kort gezegd: autofabrikanten doen er alles aan om in de tests positief te scoren.

TNO heeft in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de European Climate Foundation 8 representatieve personenauto’s getest volgens de officiële testprocedure, zoals die is voorgeschreven voor de Europese typegoedkeuring. De gemeten waarden voor brandstofverbruik en CO2-emissies bleken gemiddeld 23% hoger dan de waarden die door de fabrikanten waren opgeven.

Flexibiliteit in de wetgeving
In de praktijk ervaren automobilisten gemiddeld een veel hoger brandstofverbruik dan de door de fabrikanten opgegeven waarden. Dit verschil tussen praktijk en typekeuringswaarde wordt veroorzaakt door verschillende factoren zoals de staat van het voertuig, energiegebruik door verlichting, airco en andere accessoires, de rijstijl van de chauffeur, en het gebruikspatroon. Daarnaast maken fabrikanten in toenemende mate gebruik van flexibiliteit in de wetgeving om zo laag als mogelijke verbruiksresultaten voor een voertuig vast te stellen. Door de typekeuringstest uit te voeren met geoptimaliseerde bandenconfiguraties met een lage rolweerstand, geoptimaliseerde voertuigconfiguraties (wieluitlijning, motorwrijving) en onder geoptimaliseerde testomstandigheden is het mogelijk om lagere verbruikscijfers te meten dan onder “gemiddelde” testcondities.

In opdracht van het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de European Climate Foundation heeft TNO één van de factoren onderzocht die verantwoordelijk kunnen zijn voor de lage typegoedkeuringswaarden: optimalisatie van de instellingen waarmee in een laboratoriumtest de rijweerstand van een auto wordt gesimuleerd.

Autofabrikanten bepalen het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot (in gram per kilometer) in een testlaboratorium op een zogenaamde rollenbank. Om representatieve getallen te kunnen opleveren, moet de rollenbank de specifieke rol- en luchtweerstand van het voertuig simuleren als functie van de voertuigsnelheid. Voor het bepalen van deze rijweerstandscurve voert de fabrikant op een weg of testbaan een wettelijk voorgeschreven test uit waarbij een vertegenwoordiger van de typegoedkeurende instantie (bijv. in Nederland de RDW) aanwezig is.

TNO heeft voor 8 representatieve personenauto’s deze rijweerstandscurves bepaald. De in dit onderzoek onder realistische omstandigheden gemeten weerstandswaarden bleken tot wel 30% af te wijken van de waarden die door de fabrikanten zijn gebruikt bij de typegoedkeuringstest (bij lage snelheden zelfs meer dan 70%). De afwijking is groter bij nieuwe modellen.

Binnen de grenzen van de voorschriften zijn veel mogelijkheden om de gemeten rijweerstandscurve te optimaliseren. Bijvoorbeeld door optimale banden, wegdek, omgevingstemperatuur, aandrijving of carrosserie van het voertuig die de rol- en luchtweerstand verminderen.

TNO zet zich met het Nederlandse ministerie van IenM en de RDW al vele jaren actief in om de procedures te verbeteren. Omdat het om internationale afspraken gaat over een groot aantal aspecten van de testprocedures en bijbehorende wetgeving, duurt het maken van deze afspraken lang.


Meer lezen over: , ,

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om reacties te posten.