Na deel 1 vervolgen we met de geschiedenis van de elektrische auto: in de jaren ’60 had het aantal auto’s door een groeiende welvaart en bevolkingsdruk zo’n vlucht genomen, dat er voor het eerst vanuit ecologische overwegingen naar alternatieven werd gezocht. Als zero emission vehicle (ZEV) leek de elektrische auto hier geknipt voor, en dus werden de batterijen voor het eerst sinds tijden weer in auto’s geplaatst.

Zowel op het vlak van bedrijfswagens als personenwagens werden auto’s opnieuw ontwikkeld. De Battronic Truck Company pionierde medio jaren ’60 met de eerste elektrische bestelwagens, welke snelheden van 40 km/u bereikten, tot 100 kilometer op één accu kwamen, en een laadcapaciteit van 1.150 kg hadden. In de jaren ’70 werd er in samenwerking met General Electric verder geproduceerd. Een resultaat hiervan waren onder andere elektrische bussen. De productieaantallen lagen echter zeer laag, wat aangeeft dat de EV-ontwikkeling meer een proeftuin dan een serieuze commerciële aangelegenheid was.

Op het gebied van elektrische auto’s nam een tweetal bedrijven het voortouw: Sebring-Vanguard en de Elcar Corporation. Zij maakten respectievelijk de CitiCar en de Elcar. Naast het feit dat dit onooglijke, kleine modellen waren, en dus alleen al op het gebied van styling nooit een alternatief voor conventionele auto’s vormden, lag het bereik van de auto’s onder de 100 kilometer en de topsnelheid tussen de 70-80 km/u. Dit maakte een praktische toepassing buiten de stadsgrenzen onmogelijk.

In de jaren die hier op volgden werd de elektrische auto wel doorontwikkeld, maar het was duidelijk een zaak die geen prioriteit had bij de autofabrikanten. Het ontwikkelen van een serieuze EV vergt enorme investeringen. Bovendien had de techniek in de twintigste eeuw weliswaar grote sprongen gemaakt, maar in accu’s zat nog steeds lood of nikkel, wat ze niet alleen zwaar, maar ook milieuonvriendelijk maakte. Hybride auto’s als de Toyota Prius maken overigens gebruik van Nikkel-Metaal Hydride-batterijen. Deze zijn goedkoop, maar ook erg zwaar.

De 21ste eeuw leverde de doorbraak voor EV’s. Hoewel de kosten nog erg hoog zijn, zetten autofabrikanten als Nissan-Renault nu sterk in op elektrisch vervoer. Nieuwe bedrijven als Tesla Motors focussen zelfs exclusief op elektrische voertuigen. In de elektrische auto’s van vandaag worden Lithium-Ion batterijen gebruikt, zeer dure, maar ook lichte batterijen, die een ongeëvenaarde energiedichtheid kennen, en bovendien nauwelijks ‘stroom lekken’ (uit zichzelf leeg lopen).

We zien dat in het laatste decennium massaproductie van EV’s als volwaardig alternatief voor auto’s op fossiele brandstoffen op gang is gekomen, een unicum. Er zijn meerdere factoren die dit mogelijk hebben gemaakt, maar de belangrijkste hiervan zijn toch wel de enorm gestegen aandacht voor milieubewustzijn en de realisatie dat fossiele brandstoffen op een gegeven moment op zijn. De pijn van de hoge aanschafprijs wordt verzacht door stimulerende maatregelen van overheden. Toch blijven het beperkte bereik en de lange laadtijden een struikelblok voor de ‘pure’ EV’s. Dat het door de grote fabrikanten toch de moeite waard wordt gevonden om gigantische bedragen in de technologie te investeren is echter hoopgevend!


Meer lezen over: , , , , , , , ,

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

‘leverde de doorbraak’? Ik moet de eerste nog zien op straat.

@mout: toch schijnen ze echt rond te rijden 😉

Kijk bijvoorbeeld hier eens:
http://www.autojunk.nl/tag/tesla

@autoblogger: Dat bewijst dat ze op kenteken gezet zijn. Niet dat ze rijden 😆

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om reacties te posten.